Op weg naar Pasen

Onze statie is door Johan Ettema een tijd lang betrokken geweest bij de Oecumenische Werkgroep Trynwâlden. Al een aantal jaren nodigt deze werkgroep voorgangers van verschillende kerken en geloofsgemeenschappen uit om voor de Veertigdagentijd een bijdrage te leveren voor een mediatiepagina die als katern bij het kerkblad van de Protestantse Gemeente Trynwâlden wordt gevoegd. Via Johan werd ik gevraagd om daaraan ook mee te doen en maar direct de spits af te bijten met een meditatie voor de Aswoensdag. Ik heb dat graag gedaan en ik zou dat ook graag met jullie in de statie willen delen omdat alhoewel het over Aswoensdag gaat, het de toon zet voor de hele Veertigdagentijd.

Het is overigens mijn bedoeling om vanaf nu zo één keer in de twee weken een korte meditatie op de website te plaatsen. Op deze manier is er dan voor de tijd tussen onze vieringen een tekst ter overweging. 

Overweging voor Aswoensdag begin van de veertigdagen naar Pasen

Lezingen: Joël 2, 12-19; 2 Korintiërs 5, 20, - 6, 10, Matteüs 6, 1-6 en 16-21

Vandaag met Aswoensdag begint de 40-daagse voorbereidingstijd op Pasen. De lezingen die ons worden aangereikt zijn één grote oproep om ons om te keren: ons om-te-keren, te-bekeren tot God en tot ons medemensen. De bijbel is een realistisch boek, dat ons laat zien dat wij mensen gevormd naar Gods beeld en gelijkenis, aan wie deze aarde is toevertrouwd, ons steeds weer van God en van onze medemensen afkeren. De christelijke traditie gebruikt daarvoor het woord zonde, een woord dat je het best kunt omschrijven met “aan je doel – God bovenal en je naasten als jezelf lief te hebben -  voorbij schieten”. De profeet Joël en de apostel Paulus roepen ons op om ons weer naar dat doel toe te wenden. Paulus smeekt ons in naam van Christus om ons met God te verzoenen, ons van harte met Hem te verzoenen. Wat God betreft: Hij doet de eerste stap. In de liturgie van mijn kerk voor Aswoensdag staat een gebed bij de zegening van de as, waarmee de gelovigen getekend worden als teken van hun gezondheid tot bekering en als uitdrukking van hun sterfelijke natuur. Dat gebed begint met de woorden: “God, Gij wilt niet de dood van de zondaar, maar zijn bekering en behoud”. Om daaraan deel te krijgen wordt God gevraagd: “Geef ons de genade onszelf te kennen en berouw te hebben over onze zonden.” Wij vragen dus aan de ons liefhebbende God, dat Hij ons een oprechte innerlijke bekering wil geven. En daar mogen wij op vertrouwen. In het eucharistisch gebed wordt het dan ook dankbaar uitgezongen: “Gij kunt in deze tijd van genade de zonde doen sterven in ons hart, Gij, God, wilt U tot ons keren en ons doen herleven, Gij geeft ons uw vrede in Christus onze Heer.” In het evangelie horen wij hoe wij tot God kunnen terugkeren, hoe in het bijzonder deze komende veertigdagen, ja, heel ons leven vruchtbaar kan zijn en beantwoorden aan Gods bedoelingen met ons leven.

Het evangelie is een gedeelte uit de Bergrede van Jezus. Hij spreekt daarin over drie aspecten van het handelen van zijn volgelingen. Hij belicht de nieuwe draagwijdte van de bijbelse gerechtigheid die aalmoezen, gebed en vasten omvatten. De christen moet kunnen delen met zijn zusters en broeders, zijn hart voor God uitspreken en zijn eigen beperktheid erkennen door vrijwillig zijn leven te versoberen. Belangrijk is daarbij niet alleen wat je doet, maar vooral de wijze waarop je het doet. Het gaat om het hart van de mens, om jouw diepste instelling. Het gaat er om of je je in eenvoud van het hart voor God openstelt òf dat je voor het oog van de mensen jouw deugden etaleert. Je mag er de aandacht niet op trekken, jouw bijbedoelingen mogen in jouw hart geen greep naar de macht doen.

Deze oproep van Jezus gebeurt vanuit een bepaalde visie op God. Onze Vader die in de hemelen is, is zo belangrijk, zo verheven dat al wat een mens doet, Hem allen aangaat. Maar dat houdt ook in dat diezelfde God zo nabij aan de mens is dat Hij aandachtig is voor al wat een mens doet; als de mens eenvoudig dienstbaar is voor een medemens, als hij in het verborgene bidt, als hij sober durft te leven. Het feit dat al onze daden, hoe klein of bescheiden ook, voor het aangezicht van God gebeuren, geeft aan ons handelen een eigen ernst. In alles wat je doet, ben je uiteindelijk door God opgevorderd. En voor alles wat je doet is God opmerkzaam en leeft Hij met je mee en wil hij onze zwakke krachten te hulp komen, zodat wij onze broeder Jezus Christus kunnen volgen in wie God, onze Vader, ons heeft samengebracht tot één gezin.

Wietse van der Velde,       
                                                                                                                                                   

Gebed (ontleend aan W.R. van der Zee, Zondagswoorden)

Gij die alles liefhebt wat bestaat 

en die vergeving schenkt 

als wij ons tot U wenden, 

herschep ons hart, o God, 

dat wij bereid zijn 

niet alleen te bekennen 

waar wij falen 

en wat onze feilen zijn, 

maar ook ernst te maken 

met de blijdschap 

om uw eindeloze genade 

en opleven, telkens opnieuw.

Oud-Katholieke Statie voor Friesland en de Noordoostpolder
Welkom bij de vieringen op de eerste zaterdag van de maand
 in de Sinte Ceciliakerk te Lekkum, 
Tsjerkepaed 26, 9081 AT, 
aanvang 19.00 uur.

NL84INGB0007134313